De kunst van het dichten

Ik geloof in het paardebloempluisje
waaraan je je vertilt als je het vangen wil

en dat je in een zucht wegblaast
zodra het je verveelt

Dat zoveel ruimte aan je laat
dat het er bijna niet is als het er is

maar dat met fijne weerhaakjes
toch de aarde aan zich bindt

Uit: Huisbroei, uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2003

klik op de foto voor een grotere versie en voor reacties op Huisbroei

 

Huisbroei telt 64 pagina's en is in de boekhandel verkrijgbaar voor    19.50

ISBN 90 6005 4369

NUR 306

 

Twee geluidsfragmenten van gedichten uit Huisbroei :

ProvenÇaals dorp tegen de heuvel  klik hier

Familieberaad aan de rivier  klik hier

 

 


De vrouw die in mij woont


De vrouw die in mij woont
kijkt uit het raam van een stil huis
en laaft zich aan de fado
de weemoed van de cello
het vuur van de gitaar
de waaierende zang



minstens één vergeefse liefde
kent ze, een val die haar deed
wankelen en misschien
een vijand in haar vlees

mooier is ze dan haar leven
zachter haar strelen dan haar handen
dieper haar kussen dan haar mond

De vrouw die in mij woont
werd onvermijdelijk poëzie

 

Taken from the magazine De Tweede Ronde, Amsterdam, summer 2004

 

 


The woman who lives within me


The woman who lives within me
looks out of the window of a quiet house
and laps up the fado
the melancholy of the cello
the fire of the guitar
the unfolding vocal



at least one fruitless love
she knows, a fall that made her
stagger and perhaps
an enemy in her flesh

more beautiful she is than her life
softer her caresses than her hands
deeper her kisses than her mouth

The woman who lives within me
unavoidably became poetr
y

 

(translated by Willem Groenewegen)  

 

 

Wat avond met een haven doet

Gewichtloos glinsterwater
de havenlichten wiegen
vissersboten liggen
in blauw verankerd

Een man, roerloze reiger
zit in brons gegoten
in z’n hand een schepnet
waaruit geolied daglicht lekt

hij verroert, slaat toe
een plons, maar niets
dan zijn silhouet met net
en het fronsen van de rivier

Zo leeg is het nu geworden
dat iemand sterren strooit
en het intiem rumoer me wenkt
dat uit verre bars bij vlagen aanwaait

Taken from the magazine De Tweede Ronde, Amsterdam, spring 2006

 

 

 

 

What night does to a harbour

Weightless glinting water
the harbour lights sway
fisher boats lie
anchored in blue

A man, unstirring heron
sits cast in bronze
in his hand a dip-net
that leaks oiled daylight

he stirs, strikes hard
a splash, but nothing
other than his silhouette and net
and the river’s wrinkles

So empty it has now become
that someone sprinkles stars
and the intimate clamour calls to me
that blows in gusts from bars afar


(translated by Willem Groenewegen)

Nachtzang

 

De dag laten voorbijgaan tot het
avond werd en in de fruitschaal
de vergeten mandarijn ontaardde

in de verte gloeide de stad, zich
ontstekend aan zichzelf

wat leefde in de beijsde weiden
kroop in cocons, zette stekels
tegen de sterren op

Alleen de hemeljagers van diamant
geluidloos snijdend in het graniet
namen ons mee, schreven ons uit

tot de morgen brood en woorden
aandroeg, als vogels takjes

Taken from Huisbroei (Home forcing), ed. Thomas Rap (De Bezige Bij), Amsterdam 2003

 

 

Evensong

 

Letting the day go by until
it became night and in the fruit bowl
the forgotten tangerine withered

in the distance the city glowed,
igniting on its own

what was alive in icy fields
crawled into cocoons, raised
prickles against the stars

Only the diamond sky-hunters
cutting silently into granite
took us along, struck us off

until morning brought us bread
and words, as birds did twig
s

(translated by Willem Groenewegen)


Deze website is ontworpen door inta Creativity  

Copyright © 2003 by Job Degenaar.  All rights reserved.