Handkussen van de tijd, derde uitgebreide druk

Handkussen van de tijd, derde en herziene druk, bevat een ruime keuze van 35 jaar poëzie uit de eerste zeven bundels en een afdeling 'Ongebundeld' met werk dat in andere uitgaven is verschenen of in portefeuille bleef.

 
Van dichter Job Degenaar (Dubbeldam, 1952) verschenen eerder acht bundels in Nederland, een bloemlezing van zijn werk in Polen (1991) en een drietalige bloemlezing in Duitsland (2012). De eerste druk van Vluchtgegevens verscheen in 2011 bij uitgeverij Liverse. Hij vertaalde onder meer gedichten en liedteksten van Paul McCartney en schreef beschouwingen over poëzie. Zijn werk zag het licht in veel literaire tijdschriften en bloemlezingen.
 
'een mooi subtotaal van de memoires van een charmevol dichter' (Tony Rombouts in VVL-Boekhouding)
 
'Degenaar formuleert wat hij ziet in een eenvoudige, begrijpelijke taal. Zijn metaforen zijn to the point en staan stevig met beide voeten op de grond. Daardoor zullen ook lezers die denken moeite te hebben om poëzie te kunnen lezen of begrijpen, sneller geneigd zijn 'Handkussen van de tijd' te doorbladeren en stil te staan bij de mooie formuleringen waarin Degenaar zijn emoties giet. Dit is kortom een geslaagde uitgave met een breed palet aan onderwerpen.' (Marjan Bex in Leeswolf)

2012

uitgeverij Liverse, EUR 15,00

ISBN: 9789491034060

Dus dit is zomer

Dus dit is zomer
denkt de weduwnaar
van de door de kat gepakte
lijster als hij amechtig
onder struiken schuilt
 
Dus dit is zomer, dit vibrerende zand
van lijven, waar de zon haar pelgrims
tegen rotting dichtschroeit
denkt de beschermheilige
in zijn kerkelijke koelte
 
Dus dit is zomer, hapert de herfst, zwijgt
de kastspin, keilen vliegen zich door kamers
gapen katten in gangpaden, vloeien weiden
groen door ramen, koppen golven surfers
naar elkaar, dwalen ogen naar bikinimeisjes
 
Doch het is zomer, dus bij avond
spreidt als een mooie gedachte
ook de weduwnaar zich open
vliegt een boom in, beziet
het duister en huldigt de dag

Hij is zo'n zomerdromer

HIJ is zo’n zomerdromer
hij wil je welvingen bezingen
je hand die in zijn nanacht streelt
 
Als lijnzaad ritselt in cocons, vlas
in schoven bijeen ligt, de zeelucht
vlugschriften van augustus aanvoert
 
rookt hij in zijn tuin een cigarillo
en wacht, terwijl de wind
snuffelt in z’n broekspijpen
 
Nog voor de zee verherfst, kil
als visschubben wordt, sta je
uit zijn waas van woorden op

Huisbroei

Broeipotten en zaailingen
op de Creiler Flora:
zo rood en geel getulpt is het
deze winter niet geweest
Waar was ik al die tijd?
 
Om precies te zijn niet ik
liet ze broeien dat ze barstten
keerde ze tijdig om hun steel
te rechten, trok bij min vier
alle registers van de lente open
 
En ik? Ik broeide in het winterlicht
maar glazig op hun verbeelding
noemde ze zonnedochters
met een missie en meer
van dat gestamel
 
Maar zie, ook zonder mij
staan ze schuchter van
schoonheid in hun kraag
gedoken, niet van kunst
te onderscheiden echt

Vooruitzicht

De dag komt dat je het brood laat staan
de deur sluit, de lamp uitdoet, je windsels
als voorbije beloften aflegt
en de laatste gedachten schrapt
 
dat de spiegel, liefste, langzaam dooft
de wereld zich in je oplost, het nacht wordt
zoals het nooit nacht geweest is en je
misschien ontwaakt in het lichtste licht
 
En mocht jij van ons daar eerder zijn
weet dat eens de tijd ook mij zal duwen
over de drempel, met beter vooruitzicht
weliswaar: de zachte landing in jouw armen